Video
Audio
Tekst
R: Margie, hallo!
M: Ja, hallo.
R: Ik heb een taalkundige kwestie.
M: Okee.
R: Je zegt "het huis", "het huisje", "het boek", "het boekje".
R: Maar... "de boom", "het boompje" en "de fiets", "het fietsje".
R: Waarom is het niet "de boompje" of "de fietsje"?
M: Omdat volgens mij alle verkleinwoorden altijd "het" zijn. Dus als je van een woord een verkleinwoord maakt, en dat doe je door d'r "je", "tje" of "pje" achter te zetten. Dat hangt van het woord af, dan wordt het automatisch altijd "het boompje", "het huisje", "het fietsje".
R: Okee, dus "de fles"...
M: "het flesje"
M: "de appel", "het appeltje". Ja, volgens mij gaat dit altijd op.
R: "het ei"
M: "het eitje". Ja, dus het maakt niet uit wat het originele (lid)woord is. Het verkleinwoord is altijd "het".
R: Dus het is nooit "de meisje"?
M: Het is nooit "de meisje", ook al hoor je dat wel vaak zeggen.
Extra
We hebben het over "bepaalde lidwoorden": de of het. Margie stelt dat wanneer een zelfstandig naamwoord verkleind wordt, dit altijd het als bepaald lidwoord heeft.
Bij het onbepaalde lidwoord: een, is er geen verandering zichtbaar: een huis, een huisje.
Mocht je er echt in willen duiken, lees dan over het Lidwoord op Wikipedia.
